Op grond van de Bijbel zijn zevende-dags adventisten tot een aantal conclusies gekomen. Dit zijn de belangrijkste:

    • Adventisten geloven in de drie-enige God—Vader, Zoon en heilige Geest.
    • Jezus Christus is God en werd mens. Door zijn dood, opstanding en vóórtdurend middelaarschap is voor ons zondige mensen eeuwig behoud mogelijk geworden. Het sleutelwoord is genade en niet menselijke inspanning.
    • God is door zijn heilige Geest bij ons en rust ons toe met geestelijke gaven.
    • De Bijbel is door God geïnspireerd en geeft ons inzicht in hoe we zo optimaal mogelijk kunnen leven. De Bijbel informeert ons ook over “de grote strijd” die zich achter de schermen van de wereldgeschiedenis afspeelt.
    • God schiep de tijd in eenheden van zeven dagen en gaf een extra waarde aan de zevende dag. Hij heeft een bijzondere zegen verbonden aan het “heiligen” van de zevende dag (zaterdag) als de sabbat.
    • De wereldgeschiedenis loopt ten einde. De terugkeer van Jezus Christus naar deze aarde is de finale oplossing waarop de Adventgelovige zijn hoop heeft gericht. Alle tegenkrachten zullen het niet van het Koninkrijk van God kunnen winnen.
    • Als schepsel heeft de mens verplichtingen tegenover zijn Schepper. Dat heeft concrete gevolgen voor hoe hij met zijn lichaam en al het materiële en immateriële dat hem is toevertrouwd omgaat.
    • De mens is een eenheid van geest, ziel en lichaam. De Schepper heeft beloofd elke individuele mens die zich op Hem verlaat, te herscheppen en zo zijn eeuwige bestemming te doen bereiken. De dood is te vergelijken met de slaap. Het is een intermezzo van onbewust-zijn dat eindigt bij de wederkomst van Christus.
    • God weet wie Hem toebehoren, en zijn heil reikt verder dan kerkmuren. Maar het is zijn wens dat er ook een zichtbare gemeenschap is van mensen die Hem trouw willen zijn. De doop door onderdompeling markeert zowel de innerlijke beslissing om met God door het leven te gaan als het begin van een actieve betrokkenheid bij de zichtbare gemeenschap van gelovigen.
    • Wie beseft wat Christus voor hem heeft gedaan zal een aandeel willen hebben in de verdere verspreiding van de goede boodschap van het heil, toegespitst op de fase van de geschiedenis waarin we nu leven.