Afgelopen zomer vonden de Olympische Spelen plaats in Rio de Janeiro, in Brazilië. Veel topsporters reisden af naar de achtentwintigste editie van de Zomerspelen. De verwachtingen waren hooggespannen, niet alleen van de sporters zelf maar ook van de landen die zij vertegenwoordigden.

Die verwachtingen werden nog eens opgeschroefd door de voorspellingen van het sportdatabureau Gracenote. Dit bureau voorspelde namelijk dat er achtentwintig medailles gehaald zouden worden, een record voor Nederland qua aantal. Het NOC*NSF ging daar echter niet in mee en stelde een realistischer doel van twintig plus één medailles, één meer dan vier jaar geleden. Het werden er uiteindelijk negentien, niets om je voor te schamen.

WINNAARS EN VERLIEZERS

Toch bleven de kritieken niet uit, want tijdens de eerste dagen leden de Nederlandse sporters meer nederlagen dan dat ze overwinningen boekten. De teleurstelling was groot. Het pakte anders uit dan verwacht. En ook al werden er in de dagen daarna medailles gewonnen door sporters van wie men het niet had verwacht, de deceptie leek als een schaduw boven de Nederlandse equipe te blijven hangen.

Gedroomde winnaars werden verliezers en verwachte verliezers werden winnaars. En ook al weet elke sporter dat de kans op winnen en verliezen inherent is aan sport, geen enkele sportbeoefenaar wenst in het kamp van de verliezers terecht te komen. Maar ook bij deze Olympische Spelen waren er zoals er te verwachten valt winnaars en verliezers.

WINNERS EN LOSERS

Alsof deze tweedeling al niet vervelend genoeg was, werd dit aspect nog eens nadrukkelijk onderstreept door het besluit van chef de mission Maurits Hendriks de verliezers eerder naar huis te sturen. Het ‘samen uit, samen thuis’- principe werd hard doorbroken. Het kwam vooral hard aan omdat de indruk werd gewekt dat de verliezers niet slechts geen eremetaal hadden gehaald, maar ook als mislukkelingen werden weggezet.

De winnaar lijkt het leven te dicteren

‘Terugvlucht 1’ kreeg al snel de bijnaam ‘losersvlucht’. Voor velen een zeer pijnlijke ervaring. Naast het podium grijpen is nog tot daaraantoe, maar als loser te worden bestempeld gaat een stap te ver. Het denken in termen van winners en losers komt helaas vaker voor. Een winner is iemand die het in het leven heeft gemaakt en een loser dus niet. De loser is vooral mislukt, heeft gefaald, hoort er niet bij en loopt alleen maar in de weg. Een loser moet vooral in de schaduw lopen van de winner. De winner lijkt het leven te dicteren.

KEIZER AUGUSTUS

We leven in een wereld met grote tegenstellingen: er zijn mensen die ertoe doen en zij die als niet of minder belangrijk worden beschouwd. De leiders, de mensen met het grote geld, versus het gewone volk. Dat is iets van alle tijden. Rond het jaar nul leefde keizer Augustus. Ook een winner, iemand die het had gemaakt in het leven. Hij was ook zo iemand die ertoe deed. Hij woonde in een prachtig paleis, had aan niets gebrek. Hij hoefde maar te knikken of met zijn handen te klappen en zijn bevelen werden uitgevoerd.

Op een dag gaf hij het bevel tot een volkstelling. En iedereen moest geteld worden in de plaats waar zijn familie vandaan kwam. Voor het jonge stel Jozef en Maria betekende dat, dat ze op reis moesten naar Betlehem. Vanuit hun woonplaats Nazaret was dat in die tijd een vermoeiende reis. En dat terwijl Maria hoogzwanger was.

SCHRIL CONTRAST

Eenmaal aangekomen in Betlehem konden ze tot overmaat van ramp ook nog eens geen slaapplaats vinden. Wat nu? Ze hadden net een pittige reis van een aantal dagen achter de rug en waren bekaf, Maria stond op het punt te bevallen, en er was geen plek voor hen. Het leken net vluchtelingen, die Jozef en Maria. Dan maar op zoek naar een simpel onderdak, desnoods in een schuur of een ruimte waar Maria op z’n minst haar kindje ter wereld kon brengen.

Het gaat niet om de verpakking, maar om de inhoud

Gelukkig vonden ze een plek waar Maria haar eerstgeboren zoon baarde. En bij gebrek aan beter wikkelde ze de baby in doeken en legde hem in een kribbe, een voerbak voor dieren. Wat een schril contrast: keizer Augustus aan de top van het machtige Romeinse rijk, de wereldheerser van dat moment wonend in een keizerlijk paleis, tegenover een baby, kwetsbaar, machteloos liggend in een kribbe.

ONSCHATBARE WAARDE

Het is de reus tegenover Klein Duimpje, het grote machtsvertoon tegenover soberheid en eenvoud, in de ogen van de wereld de winner tegenover de loser. Maar het is ook het materialisme tegenover het spirituele, het geestelijke.

Eens te meer een bewijs dat het ‘m niet zit in uiterlijk vertoon. Het gaat niet om de verpakking, maar om de inhoud, niet om het uiterlijk, maar om het innerlijk. De verpakking van de Romeinse pracht en praal en haar nietsontziende overheersing stak uiteindelijk schril af tegen dat bundeltje doeken met een inhoud van onschatbare waarde.

MET ANDERE OGEN

Jozef en Maria, mensen van eenvoudige komaf, deden er niet toe. Althans, niet in de ogen van keizer Augustus. God kijkt echter met andere ogen. Hij kijkt niet naar uiterlijk, kijkt niet naar komaf, status of prestaties. God kijkt niet naar wat je hebt, maar naar wie je (van binnen) bent. God kijkt naar het hart. En met het hart van Jozef en Maria zat het wel goed. Het waren eerlijke, rechtvaardige en betrouwbare mensen. En deze eenvoudige mensen heeft God uitgekozen om de Messias, om Jezus, op te voeden.

GODS PLAN

God had namelijk het plan opgevat om de wereld te redden. En om dat te doen besloot hij zijn zoon te sturen. En waar liet God zijn zoon geboren worden? In een stad waar niet eens een fatsoenlijke slaapplaats voor het baby’tje voorhanden was. Want zodra het kindje Jezus was geboren, wikkelde Maria hem in doeken en legde hem in een voerbak voor dieren, een trog (Lucas 2:4-7). Nou niet bepaald een plek waar je iemand neerlegt of geboren laat worden die ertoe doet.

Deze dienende koning kwam om te redden

Welbeschouwd kwam de koning der koningen in een vieze, rommelige, omgeving ter wereld. Wellicht te midden van stinkende dieren, mest en modder. Want de plek waar een voerbak voor dieren je eerste wieg wordt, lijkt meer op een stal dan op een babykamer. Waarom zou God dat doen? Misschien om aan te geven dat een échte koning niet heerst maar dient. En dat deze dienende koning niet kwam om te heersen, maar om te redden.

Want Jezus werd niet alleen geboren in een ellendige omgeving, maar ook in een afschuwelijke wereld. Een wereld waar het recht van de sterkste heerst, een wereld vol onrechtvaardigheid en onrecht, een wereld waarin de mensheid de ene na de andere fout begaat, een wereld vol oorlog en geweld, een wereld waarin wij zelf de ene tegenslag na de andere te verwerken krijgen, een wereld in een neerwaartse spiraal, een wereld die op eigen kracht niet recht te breien is, een wereld die gered moet worden door God.

REDDING BINNEN HANDBEREIK

Gods redding is voor elk mens toegankelijk. Als Jezus in een paleis geboren zou zijn, zou hij buiten het bereik van velen gebleven zijn. Kijk maar naar onze koninklijke familie op koningsdag, of zie maar wat er gebeurt wanneer bijvoorbeeld president Obama een staatsbezoek brengt aan ons land. Waar staan de mensen dan? Achter dranghekken, ver bij de leiders van het volk vandaan. Maar bij het kindje Jezus is dat anders. De koning der koningen is wél benaderbaar, is wél toegankelijk, is wél bereikbaar en dan niet alleen voor hoogwaardigheidsbekleders, maar voor elk mens. Kijk nou naar wie hem kwamen opzoeken, daar in Betlehem. Zowel wijze mensen uit het Oosten met dure cadeaus als goud, mirre en wierrook, alsook de naar schapen en geiten ruikende herders. Mensen van allerlei slag.

VOOR ELK MENS

Jezus reikt uit naar en is bereikbaar voor elk mens, ongeacht status of afkomst. Deze Jezus wil namelijk niet zozeer gediend worden als wel zelf dienstbaar zijn. Hij wil niets liever dan redden wat er te redden valt. Neem daarom zijn handreiking aan en open je hart voor zijn aanbod, voor zijn redding, en je zult je bevrijd voelen, bevrijd van alles wat aan je knaagt, alles wat je beklemt.

Wat houdt jou gevangen?

De vraag is dan: Wat beklemt jou? Wat houdt jou gevangen? Waar heb jij last van, wat knaagt er aan jou, wat zit jou in de weg? Weet je, we kunnen ‘goud, mirre en wierook’, alles wat van waarde is, aan Jezus geven omdat we hem eren als onze koning. En dat moeten we vooral ook blijven doen. Maar deze koning is ook onze redder, we kunnen ook onze problemen, onze worstelingen, onze ruzies, onze misstappen, onze verslavingen, onze aanvechtingen en onze teleurstellingen voor hem neerleggen, alles wat ons beknelt. Het mooie van de Messias is dat je bij hem kunt komen zoals je bent. Je hoeft je niet mooier voor te doen, je hoeft ook niet een bepaalde nationaliteit of status te hebben. Je mag komen zoals je bent en jezelf zijn.

DIENEND VOORBEELD

Bovendien is deze dienende Jezus een geweldig voorbeeld voor ons. Dat blijkt uit heel zijn levensverhaal. Hij was er zowel voor bijbelgeleerden en bobo’s, als voor belastingoplichters en publieke vrouwen. En in de laatste week van zijn leven, tijdens de laatste maaltijd die hij met zijn leerlingen vierde, waste hij de voeten van elke leerling. De koning van het universum ging door de knieën voor eenvoudige mensen – en dat doet hij nog steeds. Hij laat zich niet voorstaan op wie hij is, op zijn status ‘zoon van God’ of het feit dat hij de Messias is, hij heeft geen geldingsdrang. Ook denkt hij niet in termen van winners en losers. Hij ziet het als zijn roeping om te dienen en open te staan voor elk mens.

SAMEN KERSTFEEST VIEREN

‘Jezus Christus was aan God gelijk. Maar hij vroeg niet om de hoogste macht en eer voor zichzelf. Nee, hij gaf zijn hemelse positie op. Hij maakte zich zo onbelangrijk als een slaaf. Hij kwam als mens op aarde. En toen hij leefde als mens, dacht hij nooit aan zichzelf. Hij was altijd gehoorzaam aan God, zelfs toen hij aan het kruis moest sterven’ (Filippenzen 2:6-8). Jezus reikte uit naar en was bereikbaar voor elk mens. Zo toegankelijk als hij was, en nog altijd is, zo benaderbaar horen wij ook voor elkaar te zijn. Daarom vieren we Kerst met elkaar, zonder daarbij te letten op elkaars afkomst of status. Ook ons gaat het niet om uiterlijk vertoon, om winnen of verliezen, maar om er voor elkaar te zijn. In Christus Jezus zijn we immers allen overwinnaars.

In Christus Jezus zijn we immers allen overwinnaars.

Het is dan ook een voorrecht om samen het kerstfeest te vieren. Want zoals Jezus uitreikt naar en bereikbaar is voor een ieder, zo bieden wij onze hulp aan en zijn we toegankelijk voor de mensen om ons heen. Maar hoe groot onze inzet en betrokkenheid ook is, we zijn ons ervan bewust dit slechts te kunnen verwezenlijken onder leiding van Gods Geest. ‘Alle eer aan God in de hemel. En vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt’ (Lucas 2:14).

Ds. Jacob Engelgeer is predikant van de adventgemeenten in Almelo, Deventer en Enschede. Dit artikel was ook te lezen in Advent 4 van 2016. 

Delen:

Plaats een reactie