Afgelopen vrijdag kreeg ik ontzettend goed nieuws. Op 4 juni, klokke 13.45 uur (zoals de universiteit dat zegt), mag ik mijn proefschrift verdedigen bij de universiteit Leiden. Drie jaar lang heb ik zo’n beetje elk vrij uur, elk zondag opgeofferd aan mijn promotie. En nu, eindelijk, mag ik me vanaf 4 juni, ik gok zo klokke 15.00, Doctor Tom noemen.

Thesis-front cover

Het allerleukste, vind ik zelf, is de titel van het boek dat ik heb geschreven. Het heet “The Great Controversy.” Voor adventisten zeker geen onbekende begrip. Heel toevalligerwijs raakte ik in dit onderwerp. Ik wilde de eerste Christenen onderzoeken, en bij mijn voorbereidende studie kwam de tegenstelling tussen God en Satan naar voren. Mijn professoren vonden dat interessant omdat er heel weinig onderzoek in Satan is geweest. Ze zeiden “Ja, het is natuurlijk een onderwerp dat niet heel aansprekend is.” Ik kon toen uitleggen dat deze strijd juist een grote rol speelt in Adventistische theologie, en dat ik het een super onderwerp zou vinden.

Ik mocht dus op zoek naar die grote strijd.  Een jaar lang heb ik alle Joodse en Christelijke boeken uit de oudheid gelezen. Op zoek naar Satan. Dat was niet de meest opbouwend tijd, maar ik leerde wel heel veel over hoe Joden en Christenen naar het kwaad keken. Dat is toch wel heel anders dan wij dat doen. Zo hadden ze voor een hele lange tijd niet door dat Satan slecht was!

Uiteindelijk richtte ik me op de grote strijd bij Christenen in de tweede eeuw. Zeg maar vijftig tot honderd jaar nadat de boeken uit het Nieuwe Testament zijn geschreven. Daar vond ik iets heel interessants. Deze Christenen waren heel geïnteresseerd in de grote strijd, maar pasten het toe in hun dagelijks leven op een manier dat je niet vaak ziet.

De eerste Christenen waren helemaal niet bezig met de bovennatuurlijke strijd in het heelal, waar God en zijn engelen strijden tegen Satan en de zijne, waar God Satan en de zonde uit zal roeien. Daar maakte ze zich helemaal geen zorgen over. Wat konden zij nou bijdragen aan zo’n strijd? God wint toch. De eerste Christenen waren bezig met hun dagelijks strijd tegen Satan. De grote strijd, voor die Christenen, vond niet plaats in het heelal, maar juist in hun hart. Waar zij met hun verstand elke dag een grote strijd voeren tegen de invloeden van Satan, demonen, en zonde. De strijd waar hun verlossing van afhangt, en het helemaal niet zeker is wie wint.

Voor de eerste Christenen was Satan niet de vijand van God. Satan was de vijand van elk van hen. God wint toch van Satan, en dat is wel het allerbeste Goed Nieuws dat ik me voor kan stellen.

Delen:

wim altink

Plaats een reactie