Communiceren

Afgelopen jaar heb ik meegedaan aan een schrijfcursus, gegeven door de hoofdredactrice van ons blad Contact. Ik heb er hele interessante dingen geleerd. Ook en vooral over je woordkeuze. Eén van onze opdrachten was om een gesprek te beschrijven tussen een zaaldiaken en een ouderling.

De ouderling vond dat de stoelen schots en scheef stonden en wilde dat de zaaldiaken daar iets aan deed. We hadden allemaal dezelfde opdracht en toch verliepen de geschreven gesprekken allemaal anders. Want bij de één liep de zaaldiaken boos weg, vragende of de ouderling ze zelf wel allemaal op een rijtje had en bij een ander staken zaaldiaken en ouderling er samen al neuriënd de schouders onder. Het is dus maar hoe je het brengt. Vaak gaat het er helemaal niet om wát je vraagt of zegt, maar hóe.

Met één van mijn collega’s heb ik al sinds jaar en dag een schreeuw- en blèrrelatie. We zitten in dezelfde ruimte, maar niet op spreek- en gehoorafstand. Daardoor roepen we elkaar soms vragen over en weer toe, die bij anderen gemakkelijk als commando’s en gesnauw geïnterpreteerd zouden kunnen worden. Het feit dat wij precies weten wat we op dit gebied aan elkaar hebben, wil nog niet zeggen dat anderen dat ook snappen. Er is mij dan ook wel eens na een gezamenlijke vergadering gevraagd of het wel goed ging tussen ons. Het gaat prima tussen ons. Hoe korter door de bocht we communiceren, hoe efficiënter we werken, lijkt het haast wel. Toch is het logisch dat anderen het anders interpreteren en meestal verontschuldigen we ons van tevoren bij een overleg met mensen die onze werkstijl en ingesleten gedrag nog niet kennen.

In de tachtiger jaren was het TV-spelletje ‘Babbelonië’ erg populair.
 Tweewekelijks trok het meer dan 8 miljoen kijkers. Het doel van het spel was het raden van een woord dat door een panellid op cryptische manier werd omschreven. De populariteit van het programma had vooral te maken met die omschrijvingen. Een beetje zoals wanneer ik naar een Engels woord zoek en daar niet op kan komen en het dan in het Engels omschrijf. Dan krijg je een soort ‘Hints’. En dan hoop ik maar dat mijn gebarentaal niet voor nog meer verwarring en onbegrip zal zorgen, dat alleen maar in hilariteit resulteert.

En soms is het ook gewoon beter om stil te zijn. Zoals één van de mensen met wie ik Facebook deel schreef over het boek dat ze in twee avonden uitgelezen had: ‘Ik ben er stil van’. En gezien de reacties die zij op haar mededeling kreeg, waren velen mét haar stil geweest om hetzelfde boek over Sarah. Soms zijn er gewoon geen woorden voor datgene wat je er over zou willen zeggen. Dan past stilte. En de stilte geeft dan vaak precies dát aan wat je bedoelde te zeggen.

De Woorden die God ons gegeven heeft om mee te leven en te communiceren, zijn de leidraad voor ons leven. Gelukkig was God niet te cryptisch toen Hij ze ons gaf. Zijn Woorden zijn duidelijk en glashelder samengevat in dat ene grote gebod: Heb God lief met alles wat je hebt en je naaste als jezelf. Als we, ook binnen de kerk, dit nastreven, dan spreken we met elkaar duidelijke taal.
Dan zijn onze woorden en hoe we ze bedoelen in prima evenwicht. 

counter statistics
.