Thuis

Als ik nu – donderdagmiddag spitstijd – naar buiten kijk, zie ik een aardige stroom van auto’s. Zo tegen het begin van het Pinksterweekend zullen de wegen wel weer aardig worden. Met name wordt gewezen op Tweede Pinksterdag als de exodus zich in tegenovergestelde richting in beweging komt.

Als we dinsdag weer op onze werkplek terugkeren, wat hebben we dan te melden? Was het een toer om van A naar B te komen en weer terug? Waarom zijn we op pad geweest? Wie hebben we gesproken? Kortom: wat heeft ons geraakt?  In hoeverre stellen we ons – opnieuw – open voor de Geest van God?  Het is tenslotte Pinksterfeest. 

Hoe mooi ik reizen ook vind, er gaat niets boven het weer thuiskomen. Het verlangen om gewoon weer op je eigen stek te zijn. In de tuin wroeten, maaien of gewoon even niets doen.  Vanavond heb ik met een aantal collega’s van het kantoor nog een afspraak met leiders in de Amsterdamse regio en wel in de Pelgrimskerk.  Een mooie naam voor een kerkgebouw. Want uiteindelijk zijn we als christenen allemaal pelgrims. 

We zijn onderweg naar Gods toekomst, naar Zijn Koninkrijk, naar Zijn paradijs. Tijdens die reis, die een levenlang duurt, zijn we nu al thuis bij God. Althans dat kan zo zijn.

Ik hoop dat, waar we ook dit weekend wel of niet heengaan, dat we zullen ervaren dat God ons thuis is. Dat is een comfortabele gedachte en mijn wens voor wat u dinsdag zult zeggen als u terugblikt naar Pinksteren 2011. 

counter statistics
.